De beëindigingsovereenkomst in het ontslagrecht

Een beëindigingsovereenkomst en de uitwerking daarvan geeft aan de betrokken werknemer een zekere mate van bescherming vanwege vergaande consequenties die voor hem samenhangen met het beëindigen van de arbeidsovereenkomst. De vaststellingsovereenkomst richt zich daarentegen op de rechtszekerheid. De vaststelling ter beëindiging van onzekerheid of geschil is ook geldig als deze in strijd is met dwingend recht, tenzij de inhoud of strekking in strijd komt met de goede zeden of de openbare orde (zie art. 7:902 BW). 

Dat houdt dus in dat een beëindigingsovereenkomst die strijdig is met dwingend recht en de openbare orde nietig is. Omdat de wettelijke regeling van de vaststelling zich richt op de bestrijding van onzekerheid of geschil valt een vaststellingsovereenkomst die gericht is op het voorkomen van onzekerheid of geschil buiten de reikwijdte van de wettelijke regeling. Dit heeft dan weer tot gevolg dat een dergelijke overeenkomst volledig aan het algemeen overeenkomstenrecht kan worden getoetst.

In de literatuur wordt opgemerkt dat de beide verschillende invalshoeken van de beëindigingsovereenkomst en de vaststellingsovereenkomst in combinatie met elkaar een wat vreemde hink-stap sprong tot gevolg hebben. De ‘hink’ staat in dit geval voor `duidelijk en ondubbelzinnig’, de ‘stap’ voor de ‘onderzoeksplicht’ en de ‘sprong’ voor de ‘vaststelling in strijd met de wet’. Er moet dus worden nagegaan of de betrokken werknemer weet wat hij doet. Is dat het geval, dan is de beëindigingsovereenkomst ook een vaststellingsovereenkomst en kunnen er afspraken in zijn neergelegd die in strijd zijn met dwingendrechtelijke wettelijke voorschriften. Dat laatste lijkt allemaal redelijk. 

De beëindiging van rechtswege

De beëindiging van de arbeidsovereenkomst van rechtswege kan voortvloeien uit het verstrijken van de tijd of een andere objectief bepaalbare duur, maar kan evengoed een gevolg zijn van het intreden van een ontbindende voorwaarde. In tegenstelling tot de duur van de arbeidsovereenkomst waarbij de beëindiging objectief bepaalbaar is gaat het bij de ontbindende voorwaarde om een onzekere gebeurtenis waarbij het dus onzeker is of en wanneer de gebeurtenis zal plaatsvinden.

Ook is het mogelijk dat een arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt door het bereiken van een bepaalde leeftijd. ‘Van rechtswege’ betekent niet meer of minder dan dat voor het beëindigen van de arbeidsovereenkomst door een van de partijen geen opzegging is vereist. Dat betekent dat de voor de opzegging geldende voorschriften niet van toepassing zijn. Dat geldt niet alleen voor bijvoorbeeld de voor de opzegging in acht te nemen termijn(en); ook hoeft er geen toestemming van de Centrale organisatie werk en inkomen te worden verkregen om de arbeidsovereenkomst te mogen opzeggen. Naast dit algemene opzegverbod gelden ook de bijzondere opzegverboden niet.

Beëindiging door het verstrijken van de tijd

Art. 7:667 lid 1 Burgerlijk Wetboek bepaalt eenvoudigweg dat een arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt door het verstrijken van de tijd die in de arbeidsovereenkomst. door de wet of door het gebruik is aangegeven.

In de arbeidsovereenkomst aangegeven

Als het gaat om het verstrijken van de tijd die in de arbeidsovereenkomst is aangegeven dan is er sprake van een arbeidsovereenkomst aangegaan voor bepaalde tijd. Van belang is dat het einde van die arbeidsovereenkomst objectief bepaald is. Een dergelijke arbeidsovereenkomst komt in veel verschijningsvormen voor.